Cao mbo 2026–2028: meer salaris en aandacht voor je loopbaan
Meer salaris, flexibeler seniorenverlof en een onafhankelijke ombudsfunctionaris: het...
Lees meer
De rode draad: de basisvaardigheden van leerlingen moeten omhoog, er zijn meer mensen nodig voor de klas en het onderwijs moet beter aansluiten op de arbeidsmarkt van de toekomst.
Tegelijkertijd blijven bekende uitdagingen bestaan. Personeelstekorten zijn niet zomaar opgelost, scholen hebben behoefte aan voldoende ruimte om medewerkers te ontwikkelen en ook onderwerpen als onderwijshuisvesting en dalende leerling- en studentenaantallen vragen aandacht.
Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen uit Prinsjesdag 2026 voor het onderwijs?
Een van de duidelijkste prioriteiten is het verbeteren van lezen, schrijven en rekenen.
Vanaf 2027 krijgen basisscholen, scholen voor gespecialiseerd onderwijs en middelbare scholen hiervoor gezamenlijk ruim €500 miljoen per jaar. Dat komt neer op minimaal €206 per leerling bovenop de reguliere bekostiging.
Een belangrijk verschil met eerdere jaren is dat scholen hiervoor niet telkens opnieuw subsidie hoeven aan te vragen. Het geld wordt structureel beschikbaar gesteld en moet worden besteed aan het verbeteren van de basisvaardigheden.
Voor scholen betekent dit vooral meer voorspelbaarheid. In plaats van activiteiten rondom taal en rekenen steeds aan tijdelijke subsidies te koppelen, ontstaat meer ruimte om meerjarige plannen te maken, bijvoorbeeld voor lesmethoden, ondersteuning en deskundigheidsbevordering.

Het tekort aan leraren, schoolleiders en ander onderwijspersoneel blijft een belangrijk vraagstuk. Het kabinet zet daarom extra in op het aantrekken van mensen die vanuit een ander beroep het onderwijs willen instromen.
In 2027 wordt ongeveer €80 miljoen geïnvesteerd in het aantrekkelijker maken van zij-instroom. Daarna loopt dit bedrag verder op. Dat neemt de personeelstekorten niet direct weg, maar het moet de overstap naar het onderwijs eenvoudiger en aantrekkelijker maken.
Voor scholen blijft het personeelsvraagstuk daarmee breder dan alleen werving. Ook het opleiden, begeleiden en behouden van medewerkers blijft belangrijk. Zeker in regio’s en vakgebieden waar de tekorten het grootst zijn.

Naast instroom wil het kabinet inzetten op sterke onderwijsteams en de professionele ontwikkeling van leraren, schoolleiders en ondersteunend personeel. Daarvoor was een structurele investering voorzien voor het primair en voortgezet onderwijs. Deze extra middelen komen echter later beschikbaar dan oorspronkelijk gepland.
De ambitie om meer collectief te investeren in de ontwikkeling van onderwijsteams blijft dus bestaan, maar scholen moeten langer wachten voordat het extra budget daarvoor beschikbaar komt.
Dat maakt het voor schoolorganisaties des te relevanter om ondertussen kritisch te kijken naar hun eigen personeelsbeleid: hoe worden medewerkers ontwikkeld, hoe wordt kennis binnen teams gedeeld en wat is nodig om mensen voor het onderwijs te behouden?
Ook het programma School & Omgeving krijgt extra financiële ruimte. Het programma is bedoeld om kinderen en jongeren buiten de reguliere lessen extra mogelijkheden te bieden om zich te ontwikkelen, bijvoorbeeld op het gebied van sport, cultuur, huiswerkbegeleiding en talentontwikkeling.
Met de extra investering moet het bereik van het programma verder groeien. Daarmee blijft kansengelijkheid een belangrijk onderdeel van het onderwijsbeleid. Het uitgangspunt is dat de kansen van een leerling niet uitsluitend bepaald moeten worden door de omgeving waarin iemand opgroeit.
Opvallend is dat ook kunstmatige intelligentie expliciet terugkomt in de onderwijsbegroting. Het kabinet reserveert middelen voor een publieke AI-voorziening voor het funderend onderwijs. Het doel is om scholen verschillende AI-modellen te laten gebruiken binnen duidelijke afspraken over onder andere privacy, veiligheid en gegevensgebruik.
Dat sluit aan bij een ontwikkeling die scholen nu al dagelijks merken. Leerlingen gebruiken AI, docenten experimenteren ermee en onderwijsorganisaties zoeken naar manieren om AI verantwoord in te zetten. De discussie verschuift daardoor steeds meer van de vraag óf AI in het onderwijs gebruikt gaat worden naar hoe scholen dat veilig, verantwoord en onderwijskundig waardevol kunnen doen.
Ook wij merken dat de behoefte aan praktische kennis over AI onder onderwijsprofessionals groeit. Daarom besteden we binnen onze gratis webinars regelmatig aandacht aan AI en de praktische toepassing ervan in het onderwijs.


Ook binnen het middelbaar beroepsonderwijs verandert er veel. Het kabinet werkt aan een nieuw financieringssysteem dat naar verwachting vanaf 2029 ingaat. De huidige bekostiging is sterk gekoppeld aan studentenaantallen. Dat zorgt vooral in regio’s waar het aantal studenten daalt voor druk op opleidingen en locaties.
In het nieuwe stelsel moet onder andere een vaste basisbekostiging per instelling komen. Daarnaast wordt €200 miljoen per jaar gereserveerd voor regionale samenwerking. Mbo-instellingen moeten daarmee meer gaan samenwerken met elkaar en met werkgevers, met als doel opleidingen beter te laten aansluiten bij de regionale arbeidsmarkt.
Dat is relevant omdat Nederland tegelijkertijd te maken heeft met personeelstekorten in onder andere techniek, zorg, onderwijs en andere vitale sectoren. Het kabinet werkt daarom ook aan een bredere Talentstrategie en aan een mbo-pact rond het opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst.
Ook het hoger onderwijs en onderzoek krijgen extra aandacht. Eerdere bezuinigingen op onderzoek worden gedeeltelijk teruggedraaid. Het kabinet trekt uiteindelijk structureel €428 miljoen extra uit voor onderzoek en wetenschap.
Daarbinnen komt onder andere extra geld voor praktijkgericht onderzoek: structureel ongeveer €68 miljoen voor het hbo en €17 miljoen voor het mbo. Universiteiten krijgen daarnaast via sectorplannen extra middelen om onderzoek te concentreren op belangrijke maatschappelijke en economische gebieden.
Ook een eerdere bezuiniging rond internationaal talent in het hoger onderwijs wordt teruggedraaid. Daarmee blijft innovatie een belangrijk onderdeel van het onderwijsbeleid, zowel binnen universiteiten en hogescholen als steeds nadrukkelijker binnen het mbo en de verbinding met de beroepspraktijk.

Niet ieder vraagstuk krijgt met deze begroting een directe oplossing. De staat van veel schoolgebouwen blijft bijvoorbeeld een belangrijk aandachtspunt. In verschillende delen van het land zijn gebouwen verouderd en is er behoefte aan renovatie, verduurzaming en verbetering van onder andere ventilatie en klimaatbeheersing. Voor gemeenten en schoolbesturen blijft onderwijshuisvesting daarmee een belangrijk dossier.
De onderwijsplannen laten geen volledig nieuwe koers zien, maar zetten een aantal ontwikkelingen duidelijker en structureler door.
Daarbij blijft een belangrijk verschil bestaan tussen geld beschikbaar stellen en veranderingen daadwerkelijk realiseren. Extra budget voor basisvaardigheden levert bijvoorbeeld niet automatisch betere taal- en rekenresultaten op. En meer geld voor zij-instroom betekent niet direct dat personeelstekorten verdwijnen.
Veel zal uiteindelijk afhangen van de manier waarop scholen, onderwijsprofessionals, opleidingen, werkgevers en overheid de komende jaren uitvoering geven aan de plannen.

Onder de verschillende maatregelen ligt uiteindelijk één gemeenschappelijke uitdaging: het onderwijs heeft voldoende goed opgeleide mensen nodig. Om basisvaardigheden te verbeteren zijn goede docenten nodig. Om nieuwe technologie verantwoord te gebruiken is deskundigheid nodig. En om jongeren voor te bereiden op sectoren waarin Nederland personeel tekortkomt, zijn sterke opleidingen en docenten noodzakelijk.
Die gedachte delen we bij Metafoor Onderwijs. Daarom kijken we niet alleen naar het vinden van de juiste mensen voor scholen, maar ook naar hun ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. Vanuit die gedachte hebben we de Metafoor Academy opgericht. Iedere onderwijsprofessional kan via Metafoor Onderwijs kosteloos webinars volgen over actuele onderwerpen binnen het onderwijs. Onderwijsprofessionals die via ons werkzaam zijn, krijgen daarnaast toegang tot een uitgebreider aanbod van opleidingen en cursussen. Zo willen we niet alleen bijdragen aan voldoende mensen voor de klas, maar ook aan onderwijsprofessionals die zich gedurende hun loopbaan kunnen blijven ontwikkelen.
Prinsjesdag 2026 brengt daarvoor verschillende nieuwe investeringen en beleidskeuzes met zich mee. Tegelijkertijd blijven personeelstekorten, werkdruk, professionalisering en regionale verschillen onderwerpen die niet met één begroting zijn opgelost. Juist daarom blijft investeren in de mensen die iedere dag het onderwijs vormgeven zo belangrijk.
Meer salaris, flexibeler seniorenverlof en een onafhankelijke ombudsfunctionaris: het...
Lees meer
Wie doet tijdens jouw les het meeste denkwerk? Met deze 5 eenvoudige toepassingen van activerende...
Lees meer